april 19

Openhartige Emile Ratelband over zijn ondernemers leven! Deel 1

In deze aflevering zit ik samen met niemand minder dan Emile Ratelband. Emile Ratelband is een ondernemer die zich bezighoud met neurolinguïstisch programmeren. Hij is zoals hij het zelf zegt een entertrainer. Hij entertaint, maar tegelijkertijd traint hij ook mensen. In dit openhartig gesprek komen jullie meer te weten over de weg die Emile heeft afgelegd inclusief de enorme pieken, maar ook de heftige dalen.

Wie is Emile Ratelband

Emile Ratelband is geboren in Arnhem op 11 maart 1949. Emile Ratelband is op jonge leeftijd gestart in de bakkerij van zijn moeder als mede directeur. Naast de bakkerij is heeft hij later ook de Haphoek opgericht.
Daarna is hij als ondernemer poffertjes gaan verkopen in Duitsland. Na het poffertjes avontuur en tal van andere ondernemingen is Emile terug gekomen naar Nederland en heeft het Ratelband Research Institute opgericht in 1986. Na de tijd die hij in Amerika heeft doorgebracht heeft hij als eerste NLP naar Nederland gebracht, Neuro Linguïstisch Programmeren. Emile Ratelband is ook te gast in verschillende talkshows en is een bekende media personaliteit. Hij was onder andere te zien in DWDD.

Website
LinkedIn

YouTube Index

Normaal gezien zou ik hier een YouTube index plaatsen om jullie te helpen navigeren tussen bepaalde segmenten. Maar deze aflevering is één verhaal die naadloos in elkaar overloopt. Dit is écht het verhaal van Emile Ratelband. Openhartig en eerlijk over de pieken en dalen in zijn carriére.

De poffertjes kraam van Emile Ratelband

Ja poffertjeskraam. Ik was in 81 begonnen in Duitsland met poffertjes.
En dat was een weergaloos succes. Ik was de eerste Nederlander die poffertjes ging verkopen in Duitsland. Toen was het heel anders natuurlijk. De Duitsers gingen op vakantie in Nederland. En de Nederlanders gingen op vakantie in Duitsland. En ik begon daar mijn poffertjes te verkopen op beurzen. Via een klant die bij mij kwam in de bistronette. Dat was in Keuningsseleen daar hadden we een soort croissanterie. Een veredelde croissanterie hadden we daar. Die man zei, "Je bent zo actief en je bent altijd zo up-to-date. En je bent altijd zo energiek en je bent altijd zo..."

Je bent er gewoon altijd. En die zei toen tegen mij, "Wil je niet wat samen doen met mij?" Ik zei, "Nou, ik ben niet zo een teamspeler." Ik zeg, "Ik wil wel wat samen doen, maar hoe ziet u dat dan? Wat doet u dan?" Zegt hij, "Ik regel de beurzen. Dus dat zijn beurzen en dergelijke in Duitsland.
Ik zei, "Hoe ziet u dat dan?" Hij zei "Jij met je Nederlandse achtergrond." Hij zegt, lijkt me helemaal fantastisch. Ja, maar wat wil je dan? Het moet iets typisch Nederlands zijn. Ik zei, wat dan? Tulpen? Neen, geen tulpen. Ik zeg, klompen dan? Nee, geen klompen. Hebben we helemaal niets aan. Ik zei, "Ja Delfste Blauw of zo?" Neen, hebben we ook niets aan. Ja, maar wat dan?

Poffertjes!

Hij zei, nou iets van eten. Ik stel poffertjes voor. Hij zegt, wat zijn poffertjes? Nou heerlijk, kleine Nederlandse pannenkoekjes. En toen zei hij, waar kan ik dat proeven dan? Ik neem je volgende week mee. Hij kwam altijd zaterdags met zijn vrouw een kop koffie drinken. Croissant over bakken met kaas kwam die eten. En toen heb ik de poffertjes gehaald bij de poffertjes kraam in Arnhem bij mijnheer en mevrouw Becks. En toen heb ik die meegenomen en verwarmd in de magnetron. Dat was natuurlijk al stronterig. Het smaakte ook een beetje stronterig.

Woepertaal.

Maar hij vond het helemaal geweldig. En toen zei die, laten we dan beginnen in Woepertaal op de weinachsmarkt. Ik zei, nou is goed. Wat gaat dat kosten? Hij zei, neen je mag er gratis staan. Ik denk, nou, dat zit goed. Nou, dus ik daar naartoe dat was 24 november 81. Dat was 81 volgens mij. Dus ik ging daar staan met Eric. Dat was mijn rechterhand. Alles opgebouwd. Dus knallen. Geen hond. Ja, wel honden. Maar al die Duitsers liepen voorbij en niemand kocht wat. Ik denk, shit man. Dus ik ging 's avonds naar huis. Naar Arnhem toe.

En ik kom thuis. Ik zeg tegen mijn vrouw. Morgen hebben we een vrij dag. De kinderen houden we morgen van school. En we gaan morgen naar Sijtje Boes. Sijtje Boes? Ik zeg, Molleke Dam. Wat gaan we daar doen? We gaan foto's maken. Nou, dus de volgende dag. Wij naar Molleke Dam, Sijtje Boes. Dus foto's maken in het Volendams kostuum. En nou klaar. Ik zeg tegen Sijtje. Ik zeg, nu inpakken al de kleren. Want het is onze maat. Die nemen we mee. Toen zei mijn vrouw, wat gaan we doen? Morgen gaan jullie mee naar Woepertaal. Hoezo mee naar Woepertaal? Ik zeg nou, we gaan naar Woepertaal en jullie gaan mij helpen.

Nederlands plaatje

Wij gaan daar een Nederlands plaatje neerzetten.

En de kinderen waren 4 en 5 jaar. En je zegt tegen elke Duitser zeg je “Eerst poffertjes kopen dan foto maken.” Want die moffen. Excuseer, die Duitsers willen altijd op de foto met iemand uit Nederland in een Volendams kostuum. Dus die kinderen oefenen heel de weg er naartoe. Anderhalf uur rijden. En kwamen aan in Woepertaal. Dus het enige wat ze kennen in het Duits is “Eerst foto maken dan poffertjes kopen.”

Nu, er stond gelijk een rijd van 100 man. En die 100 man bleven staan. Die hebben we natuurlijk allemaal ververst. Nu, ik had een mooie dag. Toen had ik het aan het lopen. Dan had je de loop. Ik geloof in de loop in een bedrijf te brengen. Daar geloof ik in. En dat heb ik gedaan eerst in Woepertaal. Hebben we afgesloten met een grandioos succes.

München

Toen zei hij, "Ja, ik heb ook een beurs in München.” Dus wij naar München toe. Op dezelfde manier gedaan. Het liep als een gek. Toen naar Dresden. Daar was een één of andere metaal beurs. Daar werden we ingehuurd voor een vast bedrag per dag. En toen hebben we nog een aantal gedaan. Dat ging fantastisch en toen stonden we in september, volgens mij was het in september. Stonden bij de IAA. De Internationale Auto Aanstelling in Frankfurt. Daar stonden we. Nou, je wil het niet geloven. Het liep gelijk storm. Het was echt ongelofelijk. Wij verkochten voor 40,000 mark per dag aan poffertjes. En poffertjes, ja 80% is water.

En 20% is eigenlijk... Het duurste is het plaatje wat er onder zit en het klontje boter wat er boven zit. Daarom bezuinigen de poffertjes boeren altijd op de boter die erop zit. Maar goed. Die Duitsers vinden roomboter natuurlijk fantastisch. Dus die kregen een extra groot stuk. Dus dan kwamen ze nog een keer terug. Daar verkochten we 10 dagen lang. Hadden we 400,000 mark. En een mark was toen 1 gulden 12.

Met hoeveel man stond je daar? Allemaal nog steeds in zo een Volendams kostuum?

Met 4 man. Ja jonge, dat was... Allemaal in Volendams kostuum. Daarbuiten Hollandse muziek erbij. Ja Jantje Smid bestond toen nog niet. Maar Hollandse muziek erbij. Helemaal echt in het Nederlands. Onze tent was, ik had één groot dubbel fornuis. Dus dat waren 300 gaten. Gaten noem je dat, speciaal gemaakt. En dat huis was een aanhanger als een Hollands huisje. Zo gemaakt. Dus ik klapte het dak op en aan de zijkant het dak op. En als je dan naar binnen keek zag je dat het behangen was met blauw-wit Delfst blauw. Een paar koperen potten aan de muur. En ja daar stond je dan te bakken met zo een pet op. Weet je wel, echt Volendams.

Verkoop poffertjes onderneming.

Net zo impulsief als ik begonnen ben heb ik impulsief ook weer verkocht. Ik reed naar huis en dat was in 84. Ik reed naar huis en dat was kerstmis 85. En ik reed altijd 's avonds terug. Vanaf Frankfurt reed ik altijd terug. En als ik onder Frankfurt was dan bleef ik daar slapen. Dus ik plan eigenlijk altijd dat ik thuis was en ontbeet dan met de kinderen en ging ik weer op pad. En ik reed 's avonds terug. het was Kerstmis, oud op nieuw. En ik tankte altijd bij Huunske. En ik weet het nog als de dag van vandaag. Dat is nu bijna 40 jaar geleden. En ik reed terug en ik rook niet. Ik drink niet, heb ik nooit gedaan. En in de auto heb ik nooit muziek aan. Dus in de auto denk ik altijd. Dus zoals in Duitsland, lange stukken varen.

En dan, maar denken. Daarnaast had ik dan een bloknote en daar schreef ik dan steekwoorden op. En als ik dan thuis was schreef ik dat uit. Dus ik zet de teller op nul dat deed ik altijd. Ik zet de dagteller op nul. En ik zie opeens 180 000 kilometer op de teller staan. En elk jaar kocht ik een nieuwe Mercedes. Toen 180 000 kilometer gereden in een jaar. Dus terwijl ik terug rij op die lange strekken.

De realisatie van Emile Ratelband

En toen reed ik de 180 000 kilometer en ik realiseer mij dat. En ik denk bij mijzelf. Hoelang in de auto? Dat is dan 180 000 gedeeld door 52. Dus dat is 3500, bijna 4000 kilometer in de week. 4000 kilometer per week is een gemiddelde snelheid van 80 kilometer per uur. Ik reed natuurlijk 160 a 170 op de snelweg. Dus dat is 40 uur ongeveer. Dus ik zit ongeveer een kleine 40 uur in de week in de auto. En daarnaast werk ik nog. Ja, nou begrijp ik dat ik aan 100 uur in de week bezig zijn kom. Terwijl ik 40 uur bezig ben om in de auto te zitten.

Ja daar heb ik geen zin meer in, dat doe ik niet meer. Toen heb ik de heleboel verkocht. Binnen drie dagen had ik de hele boel verkocht.

Emile Ratelband zijn eerste onderneming

Dus ik heb de boel verkocht. En dat is met altijd goed bevallen.  Want dat heb ik met mijn bakkerijen ook gedaan. Ik ben bakkerijen begonnen toen ik 14 jaar was. Had ik mijn eerste personeelslid aangenomen. In opdracht van mijn moeder weliswaar. Toen ik 14 jaar was werd ik ingeschreven door mijn moeder in de bakkerij in 63 als mede directeur. En toen moest ik zelf personeel aannemen. En personeel ontslaan. Nou, dat eerste was hartstikke leuk natuurlijk. Maar dat tweede. Ik weet nog dat ik de eerste moest ontslaan.

Ik zei tegen mijn moeder, "Wil je me dat even voordoen?" Toen zei ze, "ik heb er een beetje een hekel aan." Ik zeg, "Ja als jij er een hekel aan hebt. Hoe moet ik dat dan doen?" "ja, zoek het maar uit. Jij wil graag zelfstandig zijn. Nou, hier ben je zelfstandig.” En dat was een vent die was 56. En die moest ik ontslaan als snotneus van 14. Die werkte al drie jaar bij mijn moeder. En die grapte, die trok de lijn en die rookte in de bakkerij. En mijn moeder wilde dat niet en hij luisterde niet. Ja, mijn moeder was de bazin want mijn vader was overleden toen ik 12 was. Dus ik had al vaak tegen mama gezegd dat die gozer eruit moet. Mama was het wel met mij eens, maar durfde die vent niet te ontslaan. En na dat ik het drie keer had gezegd zei ma van "doe jij het dan." Toen dacht ik, hoe moet ik dat nou doen. Ja, ik wil mama niet teleurstellen. Dat is natuurlijk één, ik wil mama niet teleurstellen.

Ankeren

Ik had toch een beetje de plaats ingenomen van mijn vader als zoon die thuis woonde. Mijn andere broer die zat op de kostschool. Dus die was er eigenlijk nooit. Ik denk, ja ik krijg nu de kans dus ik moet het doen. En ik had al referentiekaders opgebouwd op andere manieren daarvoor. Dus met die referentiekaders. Daar is het concept van ankeren. Toen ik dat hoorde van een positief gebeurtenis veranker je en een negatief gebeurtenis veranker je. En dat is altijd een afweging tussen de positieve en negatieve gebeurtenissen. Die verankeringen. En daar moet je een keuze tussen maken. Dus het referentiekader bepaald niet hoe vaak je op je bek bent gegaan of hoe vaak je succesvol was. Neen, waar let jij op. Let je op al die momenten dat het goed is gegaan? Of denk je bij jezelf het is altijd slecht gegaan.

Werken is spirituele arbeid

En in mijn beleving is het nooit slecht gegaan. Het is heel raar. Het is nooit slecht gegaan omdat ik altijd uit dat slechte het goede heb gehaald. Daarom zeg ik in mijn seminars altijd "De grootste vloek die jouw is overkomen is altijd de oorzaak van de grootste zegen." Als je het maar kan abstractere. Je hebt abstractie niveau nodig om verlicht te kunnen zijn. Want werken is gewoon spirituele arbeid. Dat is spiritualiteit. Het werken op zich, het ondernemen is spiritualiteit. Dat is het goddelijke want je schept. Want je hebt het in je hoofd. Je hebt een club in je hoofd. Dus je maakt een groep van mensen die elkaar bevruchten. Dat heb je een keer op de WC bedacht.

Eerste ontslag van Emile Ratelband

Nou, hoe kwam ik daar weer op? Oh ja, ik moest die vent ontslaan. Dus ik dacht bij mijzelf. Eigenlijk ben je wel een klootzak. Want je doet niet wat mama zegt of mama vraagt. Want wat mama vraagt is eigenlijk heel redelijk om niet te roken boven het deeg. Mama vraagt om de deur dicht te houden. Want als je de deur opendoet in de bakkerij dan komt er een korst op het brood en dan zie je aan de binnenkant dat in de bolling onder de korst zie je dan dat het niet goed is. En zo waren er een aantal kleine dingen. Dus ik dacht, je bent gewoon een klootzak. Je moet gewoon opsodemieteren. Sorry voor het taalgebruik. Maar dat is ook heel lang geleden dus toen mocht het nog.

En dus ik heb hem aangesproken. Waar zijn collega's bij stonden. Dat had ik natuurlijk nooit mogen doen. Maar op de een of andere manier had ik het zo in mijn hoofd zitten dat ik zo kwaad werd. Dat ik niet eens de moeite nam. Ik had natuurlijk geen kantoor als 14-jarig jongetje. Maar ik had niet eens de moeite genomen om hem apart te nemen. Dus hij stond te werken aan de bank.

Ben ik naar hem toe gegaan en de confrontatie opgezocht. Letterlijk en figuurlijk de confrontatie opgezocht. En tegen hem gezegd. Moet je eens luisteren.

Even voor mijn beeldvorming was het dan zo, je bent 14 jaar en dan zo een grote vent?

Ik ben pas gaan groeien toen ik 16 was of zo. Dus ik ben nu 1 meter 90. Maar toen was ik een klein dik ventje. Ik was 1 meter 20 of 30 als je naar de foto's kijkt. Maar zo heb ik dat nooit gezien. En als ik ergens moeite mee had ging ik op een zak meel of zo staan. Dus ik heb tegen hem gezegd, moet je eens luisteren. Mama wil dat ik jou ontsla. Zo ben ik begonnen en toen keek hij mij aan. Ik zeg, maar eigenlijk wil ik dat ook.

Want jij doet dit en dat niet. Zus en zo niet. En het is al 5 a 6 keer gevraagd. Je luistert niet en je hebt er gewoon het schijt aan. Dus opflikkeren, klaar is kees. En die man was zo beduusd. Ja je zal het vandaag de dag niet meer zo doen natuurlijk. Maar dat was dan de eerste keer. En die was zo beduusd en zei "ik wil mijn geld hebben." Nou ik ben naar de kassa gelopen en gevraagd aan mama hoeveel die kreeg want hij had drie dagen gewerkt. Maar dat was toen 85 Gulden schoon in de week. Dus hij kreeg iets van 35 piek. Dat was de eerste. Tsjakka huppakee!

Dankwoord

Ik wil Emile Ratelband bedanken voor dit openhartig gesprek. Het was enorm boeiend om te luisteren welke weg Emile Ratelband heeft afgelegd om te staan waar hij nu staat.

Vorige Podcast

Bas Steenbergen


Tags

De haphoek, Dries de Gelder, eCommerce, eCommerce Cafe, ecommerce consultant, ecommerce experts, eCommerce Ondernemers, Emile Ratelband, Poffertjes, poffertjeskraam, Ratelband, Ratelband Research Institute


You may also like

Nieuwe BTW regels voor webshops 2021

Nieuwe BTW regels voor webshops 2021
Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}

Subscribe to our newsletter now!